Kanker: behandeling op maat
Oct 2008 Gepubliceerd in Leve het Leven
Geen mens is hetzelfde en iedere tumor is anders. Preciezer diagnostiseren en verfijndere meetmethoden: nieuwe methoden in de behandeling tegen kanker streven naar een zo persoonlijk mogelijke therapie voor iedere patiënt.
Wat het Cancer Centre van het VUMC zo bijzonder maakt is dat onderzoek naar nieuwe behandelmethoden dichtbij de patiënt wordt gedaan en gebruikt wordt gemaakt van patiëntensamples, omdat kliniek en lab zich op dezelfde locatie bevinden. De sterke wisselwerking tussen laboratorium en klinische behandeling is uniek in Nederland en onontbeerlijk in de zoektocht naar zo persoonlijk mogelijke behandeltherapieën.
REMMENDE WERKING
Nieuwe behandelmethoden richten zich deel op immunotherapie: het natuurlijke afweersysteem van het lichaam wordt versterkt en gemanipuleerd om de bestrijding van tumoren tegen te gaan. Tumoren vormen bijvoorbeeld bloedvaten (angiogenese) en de aanmaak daarvan geremd kan worden met bloedvatremmers. In 2004 werd na tientallen jaren onderzoek en testen vooraf de eerste angioremmers klinisch goedgekeurd. De laatste fase van het onderzoek richt zich op de toxiciteit van de remmers en welke dosering het beste werkt. Prof. dr. Henk Verheul is afdelingshoofd geneeskundige oncologie: “Het zijn niet de gouden bergen die we hadden gehoopt, maar gebruik van angioremmers heeft zijn eigen plek gekregen binnen de oncologische behandelingen.” Ook op het niveau van celdeling wordt gekeken naar remmers. “Kanker is verkeerde celdeling, het blijft maar doorgaan.” Hiervoor is nodig om te weten welke factoren belangrijk zijn voor celdeling. Die checkpoints worden gestoord bij een tumor. Checkpointremmers zouden de groei van de tumor moeten tegengaan. Tot slot worden in gentherapie markers ontwikkelt die de respons op therapie meten om te bepalen of doorgegaan moet worden met de behandeling of deze moet worden aangepast. ““Er is nog veel te doen en er is nog veel onbekend. We zetten kleine stapjes, maar komen wel vooruit.”
TARGETED THERAPIE
Op het gebied van long- en hoofdhalskanker wordt onderzoek gedaan naar behandeling die de effectiviteit van chemoradiotherapie verbeteren. Jaarlijks wordt in Nederland bij ongeveer 9.000 personen longkanker vastgesteld en rond de 8.850 personen overlijden aan de ziekte. Voor hoofd-halskanker zijn deze cijfers respectievelijk 2.400 en 850. De huidige behandeling heeft te weinig succes en de overlevingscijfers blijven laag. Een geïndividualiseerde behandeling zou effectiever moeten zijn dan de huidige aanpak van hetzelfde behandelingsprotocol voor alle patiënte. One size does not fit all, iedere tumor is immers anders en geen mens is biologisch exact hetzelfde. Targeted therapie wil de moleculaire eigenschappen achterhalen van een tumor die de resistentie van chemo-radiotherapie kunnen voorspellen. Op basis van deze kennis zullen nieuwe innovatieve moleculaire testen ontwikkeld worden. Nieuw te ontwikkelen contrastmiddelen (zogenaamde PET-tracers) en software het mogelijk maken om diezelfde tumor eigenschappen ook in het lichaam van de patiënt zelf af te beelden en te kwantificeren. Zeker voor bewegende organen als de longen is dit een technische uitdaging. Hierdoor is het uiteindelijk mogelijk om resistente gebieden binnen een tumor intensiever en selectiever te bestralen. De gevoeligheid van de tumor voor bestraling zal bovendien verhoogd worden door combinatie met innovatieve nieuwe geneesmiddelen, die bijvoorbeeld zeer selectief kritische groeifactorreceptoren blokkeren die van vitaal belang zijn voor tumoroverleving. Deze geïndividualiseerde behandeling moet uiteindelijk leiden tot een beter eindresultaat: langere overleving en betere kwaliteit van leven.
INENTEN TEGEN KANKER
De test op het Humaan Papillomavirus (HPV) als alternatief voor het traditionele uitstrijkje is breed uitgemeten in het landelijk nieuws. Een blijvende infectie met het virus is een belangrijke veroorzaker van baarmoederhalskanker en de test die het HPV opspoort blijkt in een veel eerder stadium aan te tonen of vrouwen besmet zijn. Niet iedereen met een HPV-besmetting ontwikkelt echter baarmoederhalskanker. Mede daarom is op dit moment de HPV-test nog geen vervanger voor het uitstrijkje omdat een positieve test niet betekent dat een vrouw baarmoederhalskanker heeft. Een positieve test zou voor onnodige ongerustheid zorgen. De test is echter vrouwvriendelijker dan het alom gevreesde uitstrijkje, omdat er geen speculum aan te pas komt. Gewerkt wordt nu aan verbetering van de specificiteit, die echter in balans moet zijn met de sensitiviteit van de test. HPV kent vele varianten en niet alle leiden tot baarmoederhalskanker.
Vanaf 2009 wordt het vaccin opgenomen in het Rijksvaccinatieprogramma (RVP) voor meisjes van 13 tot en met 16 jaar. Het virus wordt overgedragen door seksueel contact en werkt niet bij bestaande infecties, vandaar de jonge leeftijd van de te vaccineren groep. Inenting biedt echter geen garantie tegen het voorkomen van baarmoederhalskanker. Wel verkleint het de kansen.
Wat het Cancer Centre van het VUMC zo bijzonder maakt is dat onderzoek naar nieuwe behandelmethoden dichtbij de patiënt wordt gedaan en gebruikt wordt gemaakt van patiëntensamples, omdat kliniek en lab zich op dezelfde locatie bevinden. De sterke wisselwerking tussen laboratorium en klinische behandeling is uniek in Nederland en onontbeerlijk in de zoektocht naar zo persoonlijk mogelijke behandeltherapieën.
REMMENDE WERKING
Nieuwe behandelmethoden richten zich deel op immunotherapie: het natuurlijke afweersysteem van het lichaam wordt versterkt en gemanipuleerd om de bestrijding van tumoren tegen te gaan. Tumoren vormen bijvoorbeeld bloedvaten (angiogenese) en de aanmaak daarvan geremd kan worden met bloedvatremmers. In 2004 werd na tientallen jaren onderzoek en testen vooraf de eerste angioremmers klinisch goedgekeurd. De laatste fase van het onderzoek richt zich op de toxiciteit van de remmers en welke dosering het beste werkt. Prof. dr. Henk Verheul is afdelingshoofd geneeskundige oncologie: “Het zijn niet de gouden bergen die we hadden gehoopt, maar gebruik van angioremmers heeft zijn eigen plek gekregen binnen de oncologische behandelingen.” Ook op het niveau van celdeling wordt gekeken naar remmers. “Kanker is verkeerde celdeling, het blijft maar doorgaan.” Hiervoor is nodig om te weten welke factoren belangrijk zijn voor celdeling. Die checkpoints worden gestoord bij een tumor. Checkpointremmers zouden de groei van de tumor moeten tegengaan. Tot slot worden in gentherapie markers ontwikkelt die de respons op therapie meten om te bepalen of doorgegaan moet worden met de behandeling of deze moet worden aangepast. ““Er is nog veel te doen en er is nog veel onbekend. We zetten kleine stapjes, maar komen wel vooruit.”
TARGETED THERAPIE
Op het gebied van long- en hoofdhalskanker wordt onderzoek gedaan naar behandeling die de effectiviteit van chemoradiotherapie verbeteren. Jaarlijks wordt in Nederland bij ongeveer 9.000 personen longkanker vastgesteld en rond de 8.850 personen overlijden aan de ziekte. Voor hoofd-halskanker zijn deze cijfers respectievelijk 2.400 en 850. De huidige behandeling heeft te weinig succes en de overlevingscijfers blijven laag. Een geïndividualiseerde behandeling zou effectiever moeten zijn dan de huidige aanpak van hetzelfde behandelingsprotocol voor alle patiënte. One size does not fit all, iedere tumor is immers anders en geen mens is biologisch exact hetzelfde. Targeted therapie wil de moleculaire eigenschappen achterhalen van een tumor die de resistentie van chemo-radiotherapie kunnen voorspellen. Op basis van deze kennis zullen nieuwe innovatieve moleculaire testen ontwikkeld worden. Nieuw te ontwikkelen contrastmiddelen (zogenaamde PET-tracers) en software het mogelijk maken om diezelfde tumor eigenschappen ook in het lichaam van de patiënt zelf af te beelden en te kwantificeren. Zeker voor bewegende organen als de longen is dit een technische uitdaging. Hierdoor is het uiteindelijk mogelijk om resistente gebieden binnen een tumor intensiever en selectiever te bestralen. De gevoeligheid van de tumor voor bestraling zal bovendien verhoogd worden door combinatie met innovatieve nieuwe geneesmiddelen, die bijvoorbeeld zeer selectief kritische groeifactorreceptoren blokkeren die van vitaal belang zijn voor tumoroverleving. Deze geïndividualiseerde behandeling moet uiteindelijk leiden tot een beter eindresultaat: langere overleving en betere kwaliteit van leven.
INENTEN TEGEN KANKER
De test op het Humaan Papillomavirus (HPV) als alternatief voor het traditionele uitstrijkje is breed uitgemeten in het landelijk nieuws. Een blijvende infectie met het virus is een belangrijke veroorzaker van baarmoederhalskanker en de test die het HPV opspoort blijkt in een veel eerder stadium aan te tonen of vrouwen besmet zijn. Niet iedereen met een HPV-besmetting ontwikkelt echter baarmoederhalskanker. Mede daarom is op dit moment de HPV-test nog geen vervanger voor het uitstrijkje omdat een positieve test niet betekent dat een vrouw baarmoederhalskanker heeft. Een positieve test zou voor onnodige ongerustheid zorgen. De test is echter vrouwvriendelijker dan het alom gevreesde uitstrijkje, omdat er geen speculum aan te pas komt. Gewerkt wordt nu aan verbetering van de specificiteit, die echter in balans moet zijn met de sensitiviteit van de test. HPV kent vele varianten en niet alle leiden tot baarmoederhalskanker.
Vanaf 2009 wordt het vaccin opgenomen in het Rijksvaccinatieprogramma (RVP) voor meisjes van 13 tot en met 16 jaar. Het virus wordt overgedragen door seksueel contact en werkt niet bij bestaande infecties, vandaar de jonge leeftijd van de te vaccineren groep. Inenting biedt echter geen garantie tegen het voorkomen van baarmoederhalskanker. Wel verkleint het de kansen.
