Als het alarm afgaat in Rotterdam
Jan 2011 Gepubliceerd in Stedin
Beeldschermen. Heel veel beeldschermen. En overal zijn lijsten en schema’s te zien en regeltjes met teksten en cijfers en symbooltjes. Het Bedrijfsvoeringcentrum (BVC) in het centrum van Rotterdam ziet er echt uit als een commandopost. Hier wordt het hele net van Utrecht en Zuid-Holland in de gaten gehouden alsook de RET, de Rotterdamse tram. Elke storing, elke afwijking wordt gezien en gehoord. De verschillende regio’s hebben ieder hun eigen geluidje zodat direct duidelijk is waar iets gebeurt. Pas wanneer een medewerker een knop indrukt, houdt het geluid op.
Nu leiden de meeste belletjes niet direct tot harde actie. Een piek in de spanning vraagt niet om een monteur. Een kabelbreuk daarentegen wel. Bij complete uitval moet er heel wat actie worden ondernomen. Wilbert Smits werkt als sinds 1985 bij het bedrijf en sinds 1995 bij het BVC. “Bij een storing is het eerste dat we doen de aannemer bellen, dat is meestal Joulz. Daarna gaan we onderzoeken wat er precies aan de hand is. Dan is de monteur al onderweg, want dat moet zo snel mogelijk gebeuren.”
Onderzoeken is een kwestie van zoveel mogelijk informatie verzamelen. De kaarten worden erbij gepakt: schema’s van kabelvakken, schakelpunten, transformatorhuisjes, lijnen, aansluitingen. Met muisklikken duikt Wilbert verder het net in. Hij print het juiste schema op A3-formaat. Hierop worden straks alle handelingen genoteerd die de storing oplossen, met de juiste tijd erbij. “We moeten de kaarten van de voedingsgebieden ook digitaal aanpassen, zodat het hele bedrijf de actuele situatie kan bekijken.” Hoe dat moet en door wie, is strak gereguleerd.
Bij een storing met grote impact doet een naburige kamer dienst als crisiscentrum, dat gebeurt misschien drie keer per jaar. Het BVC kan dan de hulp inroepen van decentrale netcoördinatie en Asset Management. Vanuit het crisiscentrum verzorgt een vertegenwoordiger van het management de interne communicatie, een woordvoerder onderhoudt contacten met de pers. De relatie met de veiligheidsdiensten is goed. “Zij bellen ons met vragen en wij met hen,” zegt Wilbert. “Vooral als het om kritieke klanten gaat. Als woonhuizen zonder stroom zitten is dat al erg genoeg, maar bij ziekenhuizen, zorgcentra en winkelcentra speelt veiligheid een nog grotere rol. Iedere kritieke klant heeft een eigen aanspreekpunt binnen onze organisatie, die wij direct bellen als dat nodig is.”
Zodra de monteur op locatie is, belt hij met het BVC. Samen lokaliseren ze de fout.. “Een groot deel van het net is te bezien vanaf de beeldschermen, maar vaak genoeg is de monteur onze ogen en oren,” legt Wilbert uit. Wanneer de storing is opgelost, maakt Wilbert rapportage op. Alle veranderingen aan schakelingen zijn automatisch bijgehouden in het systeem EMS. Het papieren schakelplan wordt vastgelegd in het digitale schakelplan en de technische gegevens in het storingsmanagementsysteem. Zo geven de verzamelde informatie het verloop van een storing van minuut tot minuut te weer. Wilbert: “Dat is een vereiste voor de toezichthouder, maar ook voor ons. Zo kunnen we zien wat we doen en ons altijd blijven verbeteren.”
Nu leiden de meeste belletjes niet direct tot harde actie. Een piek in de spanning vraagt niet om een monteur. Een kabelbreuk daarentegen wel. Bij complete uitval moet er heel wat actie worden ondernomen. Wilbert Smits werkt als sinds 1985 bij het bedrijf en sinds 1995 bij het BVC. “Bij een storing is het eerste dat we doen de aannemer bellen, dat is meestal Joulz. Daarna gaan we onderzoeken wat er precies aan de hand is. Dan is de monteur al onderweg, want dat moet zo snel mogelijk gebeuren.”
Onderzoeken is een kwestie van zoveel mogelijk informatie verzamelen. De kaarten worden erbij gepakt: schema’s van kabelvakken, schakelpunten, transformatorhuisjes, lijnen, aansluitingen. Met muisklikken duikt Wilbert verder het net in. Hij print het juiste schema op A3-formaat. Hierop worden straks alle handelingen genoteerd die de storing oplossen, met de juiste tijd erbij. “We moeten de kaarten van de voedingsgebieden ook digitaal aanpassen, zodat het hele bedrijf de actuele situatie kan bekijken.” Hoe dat moet en door wie, is strak gereguleerd.
Bij een storing met grote impact doet een naburige kamer dienst als crisiscentrum, dat gebeurt misschien drie keer per jaar. Het BVC kan dan de hulp inroepen van decentrale netcoördinatie en Asset Management. Vanuit het crisiscentrum verzorgt een vertegenwoordiger van het management de interne communicatie, een woordvoerder onderhoudt contacten met de pers. De relatie met de veiligheidsdiensten is goed. “Zij bellen ons met vragen en wij met hen,” zegt Wilbert. “Vooral als het om kritieke klanten gaat. Als woonhuizen zonder stroom zitten is dat al erg genoeg, maar bij ziekenhuizen, zorgcentra en winkelcentra speelt veiligheid een nog grotere rol. Iedere kritieke klant heeft een eigen aanspreekpunt binnen onze organisatie, die wij direct bellen als dat nodig is.”
Zodra de monteur op locatie is, belt hij met het BVC. Samen lokaliseren ze de fout.. “Een groot deel van het net is te bezien vanaf de beeldschermen, maar vaak genoeg is de monteur onze ogen en oren,” legt Wilbert uit. Wanneer de storing is opgelost, maakt Wilbert rapportage op. Alle veranderingen aan schakelingen zijn automatisch bijgehouden in het systeem EMS. Het papieren schakelplan wordt vastgelegd in het digitale schakelplan en de technische gegevens in het storingsmanagementsysteem. Zo geven de verzamelde informatie het verloop van een storing van minuut tot minuut te weer. Wilbert: “Dat is een vereiste voor de toezichthouder, maar ook voor ons. Zo kunnen we zien wat we doen en ons altijd blijven verbeteren.”
