Geschonden integriteit
Sep 2007 Gepubliceerd in U&UWV
Sandra Jager dacht dat ze grootste fout ter wereld had gemaakt. Reinout van der Veght is tot op zijn ziel gekwetst. Johan de Weerd voelt zich belazerd. Wat gebeurt er met mensen wanneer ze te maken krijgen met Bureau Integriteit?
Sandra Jager maakte een regiokatern voor U&UWV. In haar eigen tijd maakte ze ook foto’s voor het blad. “Ik ben geen hobbyfotograaf maar een amateur,” zegt ze, “Ik wil ook iets meer gaan doen met fotografie.” Daarom vond ze het ook prima ze voor de foto’s een vergoeding zou krijgen. “Ik overleg met de communicatieadviseur heb ik afgesproken dat ik facturen mocht sturen voor wat ik in mijn eigen tijd voor U&UWV deed. Dat was bekend. Ook de belastingdienst wist het.”
De communicatieadviseur vertrok en kort daarna veranderde ook de redactiesamenstelling. De afspraken met Sandra waren mondeling gemaakt en per e-mail. Niets was formeel vastgelegd. Sandra nam een aantal taken over van de vertrekkende communicatieadviseur, waaronder het inschakelen van freelancers en het verwerken van hun facturen en die van haarzelf. Een en ander leidde ertoe dat een collega de vraag stelde in de organisatie of een medewerker van UWV wel zijn eigen factuur wel mag opmaken en of dat geen verspilling van gemeenschapsgelden is. Een balletje ging aan het rollen en Sandra kreeg thuis een telefoontje van het Bureau Integriteit.
“Ze wilden me zien en spreken en binnen no-time stonden ze op de stoep. Dat benauwde me. Ik zat kort voor mijn vakantie, had het druk op het werk, het overviel me compleet. Er was immers pas nog een factuur van mij goedgekeurd en het was nooit mijn bedoeling geweest om gemeenschapsgeld te verspillen.” Sandra praat op hoge snelheid en vertelt haar verhaal van de hak op de tak. Het is duidelijk dat de zaak haar gemoederen nog steeds verhit. “Ik voelde me verschrikkelijk bekeken, in de gaten gehouden, beschuldigd. Ik had iets gedaan wat niet mocht. Ik had het gevoel de grootste fout van de wereld gemaakt te hebben.” Pijnlijk, omdat Sandra zichzelf juist een heel open en eerlijk persoon noemt. “Ik heb met iedereen het goede voor, ook met UWV.” In eerste instantie was ze boos op zichzelf, ze had afspraken immers niet op papier laten vastleggen. “Vriendinnen zeiden al: Doe dat nou, maar ik zei nee joh, we zijn allemaal open en eerlijk, dat komt wel goed. Daar heb ik nu wel van geleerd.” Sandra is niet schuldig bevonden, maar had een sanctie of ontslag kunnen verwachten als dat wel zo was geweest. “Ik had mijn verdere carrière ook wel kunnen vergeten. Ik kan het werk dat ik wil gaan doen wel vergeten als ik een kanttekening bij mijn naam heb staan als oneerlijk.”
Waar Sandra veel moeite mee had, was dat ze niet wist door wie het onderzoek in gang was gezet. “Het wantrouwen dat ik had! Ik voelde me niet veilig meer. Ik ben op heel veel mensen boos geweest. Dan vroegen ze me iets te doen en dacht ik ‘Barst maar, jij kan het geweest zijn!’” Pas aan het eind van haar vakantie werd ze gebeld door Bureau Integratie dat het onderzoek afgerond was en dat er geen consequenties waren. “Ik had in de eerste week al wat zullen horen, dus iedere keer als de postbode langs geweest was, rende ik naar de brievenbus.” Ze weet inmiddels wie de vraag heeft gesteld die het onderzoek aanzwengelde, maar boos is ze niet meer. ”Maar gedurende die tijd van onzekerheid... Ik weet dat het onderzoek uitgevoerd moet worden. We zijn een publieke organisatie, één misstap en we staan voorop de pagina van de Telegraaf. Maar het brengt toch een hele hoop schade toe. Mensen zeiden dat ik me niet zo druk moest maken, maar pas als Bureau Integratie zwart op wit zet dat alles in orde is, doe je dat niet meer. Ik kan hier uren over praten op dit tempo, het heeft me zo aangegrepen. Ik was bang voor de toekomst, voor een aanmerking in het personeeldossier. Enige rationaliteit kwam er niet bij kijken. Ik heb geen seconde nagedacht en wekenlang alleen maar meegedeind op mijn gevoel. Ik was de controle volledig kwijt.”
Reinout van der Veght voelt de hele affaire als een aanslag op zijn ziel, de kern van zijn identiteit is aangetast en het gaat nog lang duren voor alles is geheeld. Hij is een zachtaardige man, die openlijk over zijn gevoelens praat. “Een externe medewerker had een brief gestuurd naar de Raad van Bestuur en naar mijn baas, dat externen mij bij wijze van spreke op vrijdag zwart geld moesten betalen om hier op maandag weer aan de slag te mogen. Ik werd beschuldigd van fraude, chantage, verduistering. Ik zou geschenken aangenomen hebben, reizen gemaakt hebben naar het EK.” Verbijsterd, was hij. “Ik ben een Gooise jongen, ik speel hockey. Ik heb niet eens verstand van voetbal.” Hoogstwaarschijnlijk is het beëindigen van het contract aanleiding geweest voor de brief, ook al verliep dat volgens de regels.
Het eerste dat Reinout zag van het onderzoek, was een afspraak in zijn agenda. “Daar heb ik verder niks bij gedacht, er verschijnen wel vaker afspraken in mijn agenda. Maar tien minuten voor ik weg moest, stapte mij baas bij me binnen. Hij zei: Jij moet zo naar het Bureau Integriteit, het schijnt dat jij UWV-gelden naar je privé-rekening hebt gesluisd.’ We schoten allebei in de lach. Ik ben controller, ik heb de verantwoordelijkheid voor een enorm budget, het was te belachelijk voor woorden. Ik dacht, ik ga gewoon even.” Reinout wil zijn verhaal graag niet te emotioneel vertellen en meestal lukt het hem dat ook wel. Tot hij praat over het interview dat hem werd afgenomen. “Ik kwam het kamertje binnen en daar zaten twee medewerkers van Bureau Integriteit achter een bureau en een laptop. In mijn beleving is daar toen een kruisverhoor afgenomen. ‘Ben jij deze persoon?’ ‘Is dit wat jij doet?’ Ik droom er nog wel eens van, in negatieve zin. Het interview heeft twee uur geduurd, maar het leek veel langer. Toen ik uit die kamer kwam ben ik in elkaar gezakt en heb daar een half uur zitten huilen. Ze waren over de muur gekomen, bij mij persoonlijk. Dit ging niet meer over beleid, dit ging over mij als mens. Ik vroeg na afloop: En nu? En zij zeiden: ‘Als wij klaar zijn, gaat er een beslisnotitie naar de directeur.’ Ik voelde alsof ik aan de goden was overgeleverd.”
In tegenstelling tot Sandra, besloot Reinout het wel aan zijn collega’s te vertellen. Die schrokken, want als het Reinout kon overkomen dan hen ook. Ze boden aan voor hem te getuigen, maar hij weigerde. “Ik had niets te verdedigen.” Zijn toenmalige directeur was ook niet te spreken over de aanpak van Bureau Integriteit. “Hij zei:‘Hier kan niets anders uitkomen dan ‘bull’, maar ik was de enige die beschuldigd was. Ondanks de steun die ik kreeg dacht ik toch dat andere mensen naar me keken, dat ze dachten ‘waar rook is is vuur’. Het onderzoek duurde en duurde en later bleek dat in overleg met Bureau Integriteit het over de vakantieperiode was getild, dan konden ze zorgvuldiger te werk gaan. Maar ondertussen wist ik van niets.”
Reinout was met niets anders meer bezig. Toen het Bureau uiteindelijk het dossier wilde sluiten, eiste hij een brief ter rectificatie. “Die heb ik gekregen van mijn directeur. Daar stond in dat wat zij al wisten, nu was herbevestigd. Als dat niet was gebeurd, had ik waarschijnlijk een zaak begonnen tegen UWV, want ze waren voor mij niet langer betrouwbaar. Nu kan ik zeggen ‘ik heb een brief, ik ben integer’, maar dat zou niet zo moeten zijn.” Wat Reinout overeind gehouden heeft was de verantwoordelijkheid voor zijn afdeling. “Deze club is het dierbaarste wat ik heb, daar heb ik me op gefocust.”
Ook Reinout hoorde dat hij niet zo emotioneel moest zijn. “Ik moest hier als manager maar tegen kunnen, maar ik ging als méns die kamer binnen. Ik heb geen groot zelfvertrouwen, ik houd niet van mezelf, maar één ding ben ik wel en dat is integer. Ik ben op mijn ziel getrapt. Weet je, een dierenarts laat zeshonderd katjes per jaar inslapen, maar als ik daar kom met mijn katje moet hij weten dat het voor mij de eerste keer is. Als een melding binnenkomt over zelfverrijking door een manager, dan moet je dat altijd onderzoeken, maar doe dat dan eerst met een pot koffie erbij. Geef iemand niet het gevoel dat hij van tevoren al schuldig bevonden is. Ik voel me hoe dan ook beschadigd. Als ik ter discussie sta, dan ook mijn afdeling en divisie. Laatst werd ik gevraagd hoe iets procedureel in elkaar zat, ik heb een compleet boekwerk gemaakt, met de gedachte: Dit moet niet nog een keer gebeuren!”
Johan de Weerd is manager van een afdeling op een grote vestiging. In zijn loopbaan bij UWV heeft hij twee keer te maken gehad met frauderende medewerkers. De eerste werd op staande voet ontslagen, de tweede gedeeltelijk uit zijn functie gezet vanwege dubieus gedrag. Over het tweede geval wil De Weerd niet te veel zeggen, omdat de man nog bij UWV werkt en misschien herkend kan worden uit het verhaal.
Het eerste geval betrof een jongen die Johan naar eigen zeggen redelijk belangrijk had gemaakt. “Hij had veel verstand van boekhouden, maar bleek geld over te maken naar zijn eigen rekening. Het ging om tienduizenden euro’s.” Het werd ontdekt omdat een rekeningnummer vaker voorkwam in de boekhouding. “Dat kan, maar wordt altijd gecontroleerd. Toen we vrijwel zeker wisten dat er iets aan de hand was, hebben we Bureau Integriteit ingeschakeld.” De Weerd is heel uitgesproken. “Dat is geen kwestie van verlinken. Bureau Integriteit moet onderzoeken of de feiten kloppen en tonen ook aan als iemand onschuldig is. Als er antwoord is wordt dat aan de manager verteld en die kan het dan wereldkundig maken. Als iemand iets te verbergen heeft is het een boef en die verdienen straf. Het is altijd crimineel gedrag als je loopt te spelen met publiek geld. Daar zijn altijd slachtoffers van, want het geld waar wij mee spelen zit altijd een persoon achter.” Het ging om achterstallige betalingen, waarvan UWV-klanten niet wisten dat ze het nog kregen. Het argument om dat naar eigen rekening over te maken? “Het was zo makkelijk en in de marge.” Na eigen onderzoek werd snel duidelijk dat zaken niet klopten en Bureau Integriteit schakelde vrij direct de burgerpolitie in. “Hij moet nu elke maand dokken. En het is een kale kip.”
Wat De Weerd moeilijk te verkroppen vond is dat hij de jongen volledig vertrouwde. “Iedere dag maakte hij een praatje met me. ‘Hee cheffie, hoe is het is?’, zei hij dan. Achteraf denk ik dat hij het deed om te testen of ik al wat door had, om me te peilen. Ik voelde me alsof ik met een mes in de rug was aangevallen. Ik ben niet aan mezelf gaan twijfelen, maar voelde me vreselijk belazerd. De afdeling ook. Mensen durfden de man niet meer aan te kijken als ze hem in de stad tegen kwamen. Ze wisten zich geen houding te geven. Het gebeuren heeft zijn weerslag gehad op de hele afdeling.”
De Weerd is het vertrouwen in zijn mensen niet kwijtgeraakt. “De eerste keer was ik heel erg ontdaan. De tweede was meer gedoe in de marge, maar er was geen schade voor de klant. Dan raakt het mij ook minder. Maar ik vertrouw mensen nog steeds, dat moet ook als manager.”
**
Om privacyredenen zijn niet de echte namen van de geïnterviewden gebruikt.
Sandra Jager maakte een regiokatern voor U&UWV. In haar eigen tijd maakte ze ook foto’s voor het blad. “Ik ben geen hobbyfotograaf maar een amateur,” zegt ze, “Ik wil ook iets meer gaan doen met fotografie.” Daarom vond ze het ook prima ze voor de foto’s een vergoeding zou krijgen. “Ik overleg met de communicatieadviseur heb ik afgesproken dat ik facturen mocht sturen voor wat ik in mijn eigen tijd voor U&UWV deed. Dat was bekend. Ook de belastingdienst wist het.”
De communicatieadviseur vertrok en kort daarna veranderde ook de redactiesamenstelling. De afspraken met Sandra waren mondeling gemaakt en per e-mail. Niets was formeel vastgelegd. Sandra nam een aantal taken over van de vertrekkende communicatieadviseur, waaronder het inschakelen van freelancers en het verwerken van hun facturen en die van haarzelf. Een en ander leidde ertoe dat een collega de vraag stelde in de organisatie of een medewerker van UWV wel zijn eigen factuur wel mag opmaken en of dat geen verspilling van gemeenschapsgelden is. Een balletje ging aan het rollen en Sandra kreeg thuis een telefoontje van het Bureau Integriteit.
“Ze wilden me zien en spreken en binnen no-time stonden ze op de stoep. Dat benauwde me. Ik zat kort voor mijn vakantie, had het druk op het werk, het overviel me compleet. Er was immers pas nog een factuur van mij goedgekeurd en het was nooit mijn bedoeling geweest om gemeenschapsgeld te verspillen.” Sandra praat op hoge snelheid en vertelt haar verhaal van de hak op de tak. Het is duidelijk dat de zaak haar gemoederen nog steeds verhit. “Ik voelde me verschrikkelijk bekeken, in de gaten gehouden, beschuldigd. Ik had iets gedaan wat niet mocht. Ik had het gevoel de grootste fout van de wereld gemaakt te hebben.” Pijnlijk, omdat Sandra zichzelf juist een heel open en eerlijk persoon noemt. “Ik heb met iedereen het goede voor, ook met UWV.” In eerste instantie was ze boos op zichzelf, ze had afspraken immers niet op papier laten vastleggen. “Vriendinnen zeiden al: Doe dat nou, maar ik zei nee joh, we zijn allemaal open en eerlijk, dat komt wel goed. Daar heb ik nu wel van geleerd.” Sandra is niet schuldig bevonden, maar had een sanctie of ontslag kunnen verwachten als dat wel zo was geweest. “Ik had mijn verdere carrière ook wel kunnen vergeten. Ik kan het werk dat ik wil gaan doen wel vergeten als ik een kanttekening bij mijn naam heb staan als oneerlijk.”
Waar Sandra veel moeite mee had, was dat ze niet wist door wie het onderzoek in gang was gezet. “Het wantrouwen dat ik had! Ik voelde me niet veilig meer. Ik ben op heel veel mensen boos geweest. Dan vroegen ze me iets te doen en dacht ik ‘Barst maar, jij kan het geweest zijn!’” Pas aan het eind van haar vakantie werd ze gebeld door Bureau Integratie dat het onderzoek afgerond was en dat er geen consequenties waren. “Ik had in de eerste week al wat zullen horen, dus iedere keer als de postbode langs geweest was, rende ik naar de brievenbus.” Ze weet inmiddels wie de vraag heeft gesteld die het onderzoek aanzwengelde, maar boos is ze niet meer. ”Maar gedurende die tijd van onzekerheid... Ik weet dat het onderzoek uitgevoerd moet worden. We zijn een publieke organisatie, één misstap en we staan voorop de pagina van de Telegraaf. Maar het brengt toch een hele hoop schade toe. Mensen zeiden dat ik me niet zo druk moest maken, maar pas als Bureau Integratie zwart op wit zet dat alles in orde is, doe je dat niet meer. Ik kan hier uren over praten op dit tempo, het heeft me zo aangegrepen. Ik was bang voor de toekomst, voor een aanmerking in het personeeldossier. Enige rationaliteit kwam er niet bij kijken. Ik heb geen seconde nagedacht en wekenlang alleen maar meegedeind op mijn gevoel. Ik was de controle volledig kwijt.”
Reinout van der Veght voelt de hele affaire als een aanslag op zijn ziel, de kern van zijn identiteit is aangetast en het gaat nog lang duren voor alles is geheeld. Hij is een zachtaardige man, die openlijk over zijn gevoelens praat. “Een externe medewerker had een brief gestuurd naar de Raad van Bestuur en naar mijn baas, dat externen mij bij wijze van spreke op vrijdag zwart geld moesten betalen om hier op maandag weer aan de slag te mogen. Ik werd beschuldigd van fraude, chantage, verduistering. Ik zou geschenken aangenomen hebben, reizen gemaakt hebben naar het EK.” Verbijsterd, was hij. “Ik ben een Gooise jongen, ik speel hockey. Ik heb niet eens verstand van voetbal.” Hoogstwaarschijnlijk is het beëindigen van het contract aanleiding geweest voor de brief, ook al verliep dat volgens de regels.
Het eerste dat Reinout zag van het onderzoek, was een afspraak in zijn agenda. “Daar heb ik verder niks bij gedacht, er verschijnen wel vaker afspraken in mijn agenda. Maar tien minuten voor ik weg moest, stapte mij baas bij me binnen. Hij zei: Jij moet zo naar het Bureau Integriteit, het schijnt dat jij UWV-gelden naar je privé-rekening hebt gesluisd.’ We schoten allebei in de lach. Ik ben controller, ik heb de verantwoordelijkheid voor een enorm budget, het was te belachelijk voor woorden. Ik dacht, ik ga gewoon even.” Reinout wil zijn verhaal graag niet te emotioneel vertellen en meestal lukt het hem dat ook wel. Tot hij praat over het interview dat hem werd afgenomen. “Ik kwam het kamertje binnen en daar zaten twee medewerkers van Bureau Integriteit achter een bureau en een laptop. In mijn beleving is daar toen een kruisverhoor afgenomen. ‘Ben jij deze persoon?’ ‘Is dit wat jij doet?’ Ik droom er nog wel eens van, in negatieve zin. Het interview heeft twee uur geduurd, maar het leek veel langer. Toen ik uit die kamer kwam ben ik in elkaar gezakt en heb daar een half uur zitten huilen. Ze waren over de muur gekomen, bij mij persoonlijk. Dit ging niet meer over beleid, dit ging over mij als mens. Ik vroeg na afloop: En nu? En zij zeiden: ‘Als wij klaar zijn, gaat er een beslisnotitie naar de directeur.’ Ik voelde alsof ik aan de goden was overgeleverd.”
In tegenstelling tot Sandra, besloot Reinout het wel aan zijn collega’s te vertellen. Die schrokken, want als het Reinout kon overkomen dan hen ook. Ze boden aan voor hem te getuigen, maar hij weigerde. “Ik had niets te verdedigen.” Zijn toenmalige directeur was ook niet te spreken over de aanpak van Bureau Integriteit. “Hij zei:‘Hier kan niets anders uitkomen dan ‘bull’, maar ik was de enige die beschuldigd was. Ondanks de steun die ik kreeg dacht ik toch dat andere mensen naar me keken, dat ze dachten ‘waar rook is is vuur’. Het onderzoek duurde en duurde en later bleek dat in overleg met Bureau Integriteit het over de vakantieperiode was getild, dan konden ze zorgvuldiger te werk gaan. Maar ondertussen wist ik van niets.”
Reinout was met niets anders meer bezig. Toen het Bureau uiteindelijk het dossier wilde sluiten, eiste hij een brief ter rectificatie. “Die heb ik gekregen van mijn directeur. Daar stond in dat wat zij al wisten, nu was herbevestigd. Als dat niet was gebeurd, had ik waarschijnlijk een zaak begonnen tegen UWV, want ze waren voor mij niet langer betrouwbaar. Nu kan ik zeggen ‘ik heb een brief, ik ben integer’, maar dat zou niet zo moeten zijn.” Wat Reinout overeind gehouden heeft was de verantwoordelijkheid voor zijn afdeling. “Deze club is het dierbaarste wat ik heb, daar heb ik me op gefocust.”
Ook Reinout hoorde dat hij niet zo emotioneel moest zijn. “Ik moest hier als manager maar tegen kunnen, maar ik ging als méns die kamer binnen. Ik heb geen groot zelfvertrouwen, ik houd niet van mezelf, maar één ding ben ik wel en dat is integer. Ik ben op mijn ziel getrapt. Weet je, een dierenarts laat zeshonderd katjes per jaar inslapen, maar als ik daar kom met mijn katje moet hij weten dat het voor mij de eerste keer is. Als een melding binnenkomt over zelfverrijking door een manager, dan moet je dat altijd onderzoeken, maar doe dat dan eerst met een pot koffie erbij. Geef iemand niet het gevoel dat hij van tevoren al schuldig bevonden is. Ik voel me hoe dan ook beschadigd. Als ik ter discussie sta, dan ook mijn afdeling en divisie. Laatst werd ik gevraagd hoe iets procedureel in elkaar zat, ik heb een compleet boekwerk gemaakt, met de gedachte: Dit moet niet nog een keer gebeuren!”
Johan de Weerd is manager van een afdeling op een grote vestiging. In zijn loopbaan bij UWV heeft hij twee keer te maken gehad met frauderende medewerkers. De eerste werd op staande voet ontslagen, de tweede gedeeltelijk uit zijn functie gezet vanwege dubieus gedrag. Over het tweede geval wil De Weerd niet te veel zeggen, omdat de man nog bij UWV werkt en misschien herkend kan worden uit het verhaal.
Het eerste geval betrof een jongen die Johan naar eigen zeggen redelijk belangrijk had gemaakt. “Hij had veel verstand van boekhouden, maar bleek geld over te maken naar zijn eigen rekening. Het ging om tienduizenden euro’s.” Het werd ontdekt omdat een rekeningnummer vaker voorkwam in de boekhouding. “Dat kan, maar wordt altijd gecontroleerd. Toen we vrijwel zeker wisten dat er iets aan de hand was, hebben we Bureau Integriteit ingeschakeld.” De Weerd is heel uitgesproken. “Dat is geen kwestie van verlinken. Bureau Integriteit moet onderzoeken of de feiten kloppen en tonen ook aan als iemand onschuldig is. Als er antwoord is wordt dat aan de manager verteld en die kan het dan wereldkundig maken. Als iemand iets te verbergen heeft is het een boef en die verdienen straf. Het is altijd crimineel gedrag als je loopt te spelen met publiek geld. Daar zijn altijd slachtoffers van, want het geld waar wij mee spelen zit altijd een persoon achter.” Het ging om achterstallige betalingen, waarvan UWV-klanten niet wisten dat ze het nog kregen. Het argument om dat naar eigen rekening over te maken? “Het was zo makkelijk en in de marge.” Na eigen onderzoek werd snel duidelijk dat zaken niet klopten en Bureau Integriteit schakelde vrij direct de burgerpolitie in. “Hij moet nu elke maand dokken. En het is een kale kip.”
Wat De Weerd moeilijk te verkroppen vond is dat hij de jongen volledig vertrouwde. “Iedere dag maakte hij een praatje met me. ‘Hee cheffie, hoe is het is?’, zei hij dan. Achteraf denk ik dat hij het deed om te testen of ik al wat door had, om me te peilen. Ik voelde me alsof ik met een mes in de rug was aangevallen. Ik ben niet aan mezelf gaan twijfelen, maar voelde me vreselijk belazerd. De afdeling ook. Mensen durfden de man niet meer aan te kijken als ze hem in de stad tegen kwamen. Ze wisten zich geen houding te geven. Het gebeuren heeft zijn weerslag gehad op de hele afdeling.”
De Weerd is het vertrouwen in zijn mensen niet kwijtgeraakt. “De eerste keer was ik heel erg ontdaan. De tweede was meer gedoe in de marge, maar er was geen schade voor de klant. Dan raakt het mij ook minder. Maar ik vertrouw mensen nog steeds, dat moet ook als manager.”
**
Om privacyredenen zijn niet de echte namen van de geïnterviewden gebruikt.
